De of het doener?

Het juiste lidwoord is:

de doener

  • Meervoud: de doeners
  • Verkleinwoord: het doenertje
Betekenis iemand die -bij voorkeur- doet, eerder dan praat of denkt, mannelijke vorm van doenster

Zo gebruik je doener

Met lidwoordde doener
Dit of dezedeze doener
Dat of diedie doener
Ons of onzeonze doener
Jouwjouw doener
Elk of elkeelke doener
Welk of welkewelke doener?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote doener, de grote doener
Meervoudde doeners, deze doeners

Voorbeeldzinnen met doener

  • Hij werd als een echte doener gewaardeerd.

Woorden die eindigen op doener

kwaaddoener | deugddoener | dooddoener | afdoener | zelfdoener | gewichtigdoener | dikdoener | weldoener | wonderdoener | boosdoener | nietsdoener | neringdoener

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).