De of het deugddoener?

Het juiste lidwoord is:

de deugddoener

  • Meervoud: de deugddoeners
Betekenis 1. (informeel) iets dat plezier verschaft 2. (seksualiteit) mannelijk geslachtsdeel in erectie

Zo gebruik je deugddoener

Met lidwoordde deugddoener
Dit of dezedeze deugddoener
Dat of diedie deugddoener
Ons of onzeonze deugddoener
Jouwjouw deugddoener
Elk of elkeelke deugddoener
Welk of welkewelke deugddoener?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote deugddoener, de grote deugddoener
Meervoudde deugddoeners, deze deugddoeners

Voorbeeldzinnen met deugddoener

  • Een frisse pint, een lekker ijsje, een gezonde pasta-snack,… voor elk moment van de dag de gepaste, welverdiende deugddoener.
  • Ja, je hebt dubbel en dik gelijk, zei hij, kijk het maar es grondig na, voel maar es hoe stijf en heet me deugddoener staat.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).