De of het toilet?

Het juiste lidwoord is:

het toilet

  • Meervoud: de toiletten
  • Verkleinwoord: het toiletje
Betekenis 1. (sanitair) een plaats waar men kan urineren en zich kan ontlasten, meestal een kleine gesloten ruimte met een toiletpot 2. (sanitair) toiletpot

Zo gebruik je toilet

Met lidwoordhet toilet
Dit of dezedit toilet
Dat of diedat toilet
Ons of onzeons toilet
Jouwjouw toilet
Elk of elkeelk toilet
Welk of welkewelk toilet?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot toilet, het grote toilet
Meervoudde toiletten, deze toiletten

Voorbeeldzinnen met toilet

  • Waar is het toilet?
  • Ik zoek het toilet.
  • Is er een toilet?

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).