De of het termijn?

Het juiste lidwoord is:

de termijn

  • Meervoud: de termijnen
  • Verkleinwoord: het termijntje
Betekenis 1. een vast tijdstip waarop iets gaat gebeuren of iets gebeurd moet zijn 2. een begrensde tijdruimte waarin iets moet gebeuren

Zo gebruik je termijn

Met lidwoordde termijn
Dit of dezedeze termijn
Dat of diedie termijn
Ons of onzeonze termijn
Jouwjouw termijn
Elk of elkeelke termijn
Welk of welkewelke termijn?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote termijn, de grote termijn
Meervoudde termijnen, deze termijnen

Voorbeeldzinnen met termijn

  • Ik wil in termijnen betalen.
  • Het zal op de lange termijn helpen.
  • Ik realiseerde me dat dit op termijn zou plaatsvinden.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).