De of het aanrecht?

Het juiste lidwoord is:

de / het aanrecht

Allebei goed: Je mag zowel de aanrecht als het aanrecht zeggen.

  • Meervoud: de aanrechten
  • Verkleinwoord: het aanrechtje
Regel Woorden met de én het. Bekijk de regel
Betekenis (huishouden) vaste tafel met kastjes langs keukenwand voorzien van een waterbestendig aanrechtblad

Zo gebruik je aanrecht

Met lidwoordde / het aanrecht
Dit of dezedeze / dit aanrecht
Dat of diedie / dat aanrecht
Ons of onzeonze / ons aanrecht
Jouwjouw aanrecht
Elk of elkeelke / elk aanrecht
Welk of welkewelke / welk aanrecht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote / een groot aanrecht, de grote / het grote aanrecht
Meervoudde aanrechten, deze aanrechten

Voorbeeldzinnen met aanrecht

  • De perssinaasappel viel van het aanrecht.
  • Tom zette zijn pul bier op het aanrecht.
  • Ik gebruik altijd een snijplank ter bescherming van mijn aanrecht en om makkelijker te kunnen hakken.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).