De of het weldoener?

Het juiste lidwoord is:

de weldoener

  • Meervoud: de weldoeners
  • Verkleinwoord: het weldoenertje
Betekenis iemand die een goede daad doet door iemand vooral financieël te helpen

Zo gebruik je weldoener

Met lidwoordde weldoener
Dit of dezedeze weldoener
Dat of diedie weldoener
Ons of onzeonze weldoener
Jouwjouw weldoener
Elk of elkeelke weldoener
Welk of welkewelke weldoener?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote weldoener, de grote weldoener
Meervoudde weldoeners, deze weldoeners

Voorbeeldzinnen met weldoener

  • Zo was de eenvoudige monnik uit Myra, die in de vierde eeuw plotseling in de geschiedenis kwam als de weldoener van alle mensen - en er korte tijd later weer uit verdween - nu in oost en west bekend.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).