De of het datum?

Het juiste lidwoord is:

de datum

  • Meervoud: de data / datums
  • Verkleinwoord: het datumpje
Uitzondering Woorden op -um en -ium krijgen meestal het, maar datum is een uitzondering. Bekijk de regel
Betekenis 1. (tijdrekening) een tijdsaanduiding die bestaat uit een dag(nummer), een maand en een jaar 2. gegeven

Zo gebruik je datum

Met lidwoordde datum
Dit of dezedeze datum
Dat of diedie datum
Ons of onzeonze datum
Jouwjouw datum
Elk of elkeelke datum
Welk of welkewelke datum?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote datum, de grote datum
Meervoudde data, deze data

Voorbeeldzinnen met datum

  • Wat is de datum?
  • Welke datum is het vandaag?
  • Laten we een datum vaststellen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).