De of het sneeuw?

Het juiste lidwoord is:

de sneeuw

Betekenis 1. (meteorologie) in vlokkige kristallen bevroren water 2. ruis weergegeven door een televisietoestel

Zo gebruik je sneeuw

Met lidwoordde sneeuw
Dit of dezedeze sneeuw
Dat of diedie sneeuw
Ons of onzeonze sneeuw
Jouwjouw sneeuw
Elk of elkeelke sneeuw
Welk of welkewelke sneeuw?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote sneeuw, de grote sneeuw

Voorbeeldzinnen met sneeuw

  • De sneeuw is gesmolten.
  • De sneeuw is verdwenen.
  • De sneeuw is poederig.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).