De of het dag?

Het juiste lidwoord is:

de dag

  • Meervoud: de dagen / daggen
  • Verkleinwoord: het dagje
Betekenis 1. (astronomie) de aanwezigheid van elektromagnetische straling op de door de zon bestraalde helft van een planeet, en die vooral effecten als opwarming en verlichting veroorzaakt 2. (tijdrekening, eenheid) tijd waarin een hemellichaam volledig om zijn eigen as draait (voor de aarde 24 uur)

Zo gebruik je dag

Met lidwoordde dag
Dit of dezedeze dag
Dat of diedie dag
Ons of onzeonze dag
Jouwjouw dag
Elk of elkeelke dag
Welk of welkewelke dag?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dag, de grote dag
Meervoudde dagen, deze dagen

Voorbeeldzinnen met dag

  • Ik zwem elke dag.
  • Studeert u elke dag?
  • Studeren jullie elke dag?

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).