De of het filter?

Het juiste lidwoord is:

de / het filter

Allebei goed: Je mag zowel de filter als het filter zeggen.

  • Meervoud: de filters
  • Verkleinwoord: het filtertje
Regel Woorden met de én het. Bekijk de regel
Betekenis 1. (scheikunde, huishouden) een poreus voorwerp waar water of gassen doorheen kunnen om gezuiverd te worden 2. (fotografie, optica) voorwerp om een bepaald deel van het lichtspectrum tegen te houden (blauwfilter, geelfilter, kleurfilter, lichtfilter, roodfilter, polarisatiefilter, ultravioletfilter)

Zo gebruik je filter

Met lidwoordde / het filter
Dit of dezedeze / dit filter
Dat of diedie / dat filter
Ons of onzeonze / ons filter
Jouwjouw filter
Elk of elkeelke / elk filter
Welk of welkewelke / welk filter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote / een groot filter, de grote / het grote filter
Meervoudde filters, deze filters

Voorbeeldzinnen met filter

  • Ik heb een filter aangebracht.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).