De or het doener?

The correct Dutch article is:

de doener

  • Plural: de doeners
  • Diminutive: het doenertje
Meaning (Dutch) iemand die -bij voorkeur- doet, eerder dan praat of denkt, mannelijke vorm van doenster

How to use doener

the doenerde doener
this doenerdeze doener
that doenerdie doener
our doeneronze doener
your doenerjouw doener
every doenerelke doener
which doener?welke doener?
a big doener / the big doenereen grote doener, de grote doener
the doener (plural)de doeners, deze doeners

Example sentences with doener

  • Hij werd als een echte doener gewaardeerd.

Dutch words ending in doener

kwaaddoener | deugddoener | dooddoener | afdoener | zelfdoener | gewichtigdoener | dikdoener | weldoener | wonderdoener | boosdoener | nietsdoener | neringdoener

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).