De of het aanhoorder?

Het juiste lidwoord is:

de aanhoorder

  • Meervoud: de aanhoorders
Betekenis luisteraar, toehoorder, hoorder

Zo gebruik je aanhoorder

Met lidwoordde aanhoorder
Dit of dezedeze aanhoorder
Dat of diedie aanhoorder
Ons of onzeonze aanhoorder
Jouwjouw aanhoorder
Elk of elkeelke aanhoorder
Welk of welkewelke aanhoorder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aanhoorder, de grote aanhoorder
Meervoudde aanhoorders, deze aanhoorders

Voorbeeldzinnen met aanhoorder

  • Maar dan is er altijd een econoom met een glas sherry in de hand die u en uw aanhoorders ondersneeuwt met theorie zus en zo.
  • Het is gebruikelijk dat imams het vrijdaggebed afsluiten met de oproep de 'kuffar', de ongelovigen te vernietigen, waarna de aanhoorders 'Amen' zeggen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).