De of het voertuig?

Het juiste lidwoord is:

het voertuig

  • Meervoud: de voertuigen
  • Verkleinwoord: het voertuigje
Betekenis (verkeer) door de mens gemaakt vervoermiddel, gewoonlijk op wielen of glijvlakken, voor het verplaatsen over land van personen en goederen

Zo gebruik je voertuig

Met lidwoordhet voertuig
Dit of dezedit voertuig
Dat of diedat voertuig
Ons of onzeons voertuig
Jouwjouw voertuig
Elk of elkeelk voertuig
Welk of welkewelk voertuig?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot voertuig, het grote voertuig
Meervoudde voertuigen, deze voertuigen

Voorbeeldzinnen met voertuig

  • Layla stapte uit het voertuig.
  • Open nooit de deur van een voertuig in beweging.
  • Ik ga liever te voet dan in een voertuig vervoerd te worden.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).