De of het weer?

Het juiste lidwoord is:

de / het weer

Allebei goed: Je mag zowel de weer als het weer zeggen.

  • Meervoud: de weren
  • Verkleinwoord: het weertje
Regel Woorden met de én het. Bekijk de regel
Betekenis 1. (meteorologie) de atmosferische omstandigheden 2. de gevolgen van 1

Zo gebruik je weer

Met lidwoordde / het weer
Dit of dezedeze / dit weer
Dat of diedie / dat weer
Ons of onzeonze / ons weer
Jouwjouw weer
Elk of elkeelke / elk weer
Welk of welkewelke / welk weer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote / een groot weer, de grote / het grote weer
Meervoudde weren, deze weren

Voorbeeldzinnen met weer

  • Doordat de tent nat werd opgerold bleek er enige dagen later het weer in te zitten
  • De hele dag was het vriendelijk en rustig weer geweest, maar nu kwam er vanaf de andere kant van de berg een zwaar onweer op me af dat om de paar seconden fel oplichtte.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).