Is het de nemer of het nemer? Het juiste lidwoord is:
aannemer | aannemerij | aannemersbedrijf | aannemerscombinatie | aannemersfirma | aannemerswereld | champagnemerk | deelnemer | deelnemerschap | deelnemersformulier | deelnemerskring | deelnemerslijst | deelnemersraad | deelnemersveld | initiatiefnemer | ondernemer | ondernemersactiviteit | ondernemerscentrum | ondernemerschap | ondernemerscombinatie | ondernemersfunctie | ondernemersgeest | ondernemersinkomen | ondernemersklimaat | ondernemersloon | ondernemersopleiding | ondernemersorganisatie | ondernemersovereenkomst | ondernemersplan | ondernemersprijs | ondernemersvereniging | ondernemersvertrouwen | ondernemersvrijheid | ondernemerswinst | ontslagnemer | waarnemer | waarnemerschap | waarnemersgroep | waarnemersmacht | waarnemersmissie
accommodatievermogen | combineren | confirmeren | dienstrooster | dwarsfluit | handelsbalans | overvoeding | ph | postvervoer | radiofrequentie | limonadefabriek | posterraam | communiceermiddel | geluidje | posoitie | beetsuiker | pennenstrijd | tussenzin | Zevenhonderdeneenenzeventig | Kijkend | Noordkapers | Knars | Fietsenhandels | Uitgekamd | Aulaatjes | Botermessen | Jaarklassensysteempje | Stroomdichtheden | Verzekeringetje | Ouweheren | Juisters | Penden neer | Lodderend | Uitgezworen | Numismatische | Omlaadt | Aftuigende | Röntgenende | Vindicatiefs | Zandritsen