De of het oog?

Het juiste lidwoord is:

het oog

  • Meervoud: de ogen
  • Verkleinwoord: het oogje
Betekenis 1. (anatomie) gezichtsorgaan voor het waarnemen van lichtprikkels 2. blik die men op iets richt

Zo gebruik je oog

Met lidwoordhet oog
Dit of dezedit oog
Dat of diedat oog
Ons of onzeons oog
Jouwjouw oog
Elk of elkeelk oog
Welk of welkewelk oog?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot oog, het grote oog
Meervoudde ogen, deze ogen

Voorbeeldzinnen met oog

  • Mijn oog is opgezwollen.
  • Mijn ogen zijn blauw.
  • Haar ogen zijn blauw.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).