De of het balans?

Het juiste lidwoord is:

de balans

  • Meervoud: de balansen
  • Verkleinwoord: het balansje
Betekenis 1. evenwicht. 2. een meetapparaat met twee armen (bedoeld om het verschil te kunnen meten)

Zo gebruik je balans

Met lidwoordde balans
Dit of dezedeze balans
Dat of diedie balans
Ons of onzeonze balans
Jouwjouw balans
Elk of elkeelke balans
Welk of welkewelke balans?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote balans, de grote balans
Meervoudde balansen, deze balansen

Voorbeeldzinnen met balans

  • Ik raakte bijna uit balans.
  • De muziek is in balans met de structuur van de film.
  • Het leven is als fietsen. Om in balans te blijven moet je in beweging blijven.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).