Is het de naamwoordelijk of het naamwoordelijk? Het juiste lidwoord is:
voornaamwoordelijk | voornaamwoordelijk bijwoord | naamwoordelijk deel van het gezegde | Naamwoordelijke delen van het gezegde | Naamwoordelijk deeltje van het gezegde | Naamwoordelijke deeltjes van het gezegde | Voornaamwoordelijk bijwoordje | Naamwoordelijke | Naamwoordelijker | Naamwoordelijkere | Naamwoordelijkst | Naamwoordelijkste | Naamwoordelijks | Naamwoordelijkers
feestcomite | gebruikelijk | stuklezen | teringlijdster | tiendverpachting | timiditeit | trimparkoers | zijdeweverij | vertegenwoordigingsbevoegdheid | taalactiviteit | orderdossier | harpje | reltoerist | klankwet | achthonderddrieëntachtig | Toetoepen | Hinkte | Inbranden | Ragt | Langende | Uitgewist | Gioeriem | Mdccxcvi | Joeps | Ecotoopjes | Neutrino's | Omzetbelastinkje | Overtrekje | Weespijpen | Ruimtelijkste | Tropischer | Beierste | Juisters | Postdoctoraals | Terechts | Kerstconcerten | Mastino's | Portvrije | Zeurenders | Extrapolerende