Is het de Zegde of het Zegde? Het juiste lidwoord is:
gezegde | volksgezegde | ezegde | ggezegde | zogezegde | opgezegde | lgezegde | toegezegde | naamwoordelijk deel van het gezegde | Gezegden | Gezegdes | Aanzegde | Afzegde | Opzegde | Toezegde | Zegde aan | Zegde af | Zegde op | Zegde toe | Aanzegden | Afzegden | Opzegden | Toezegden | Zegden | Zegden aan | Zegden af | Zegden op | Zegden toe | Ontzegde | Ontzegden | Gezegdetje | Gezegdetjes | Naamwoordelijke delen van het gezegde | Naamwoordelijk deeltje van het gezegde | Naamwoordelijke deeltjes van het gezegde | Zegde voor | Zegden voor | Voorzegde | Voorzegden | Waarzegde
eergisteravond | nieuwjaarsbrief | ontrouw | ruimtelijk | topberaad | tweekamerappartement | vakantiefoto | valutacrisis | voorwaar | deemster | vetverbranding | opbouwmissie | kustbeheer | ondernemersclub | indinsttreiding | thermiet | wegwerpartikel | groepsverband | kolenaak | Snoof | Decompliceerden | Doorrijd | Subarctisch | Dichtvriest | Wijsmaakte | Afgeleekt | Spookachtiger | Afgelegener | Bis-grootakkoorden | E-grotetertstoonschaaltje | Harkjes | Neonaatjes | Breedgebouwdere | Buig recht | Drijft handel | Uitnemends | Vorstbestendigs | Snoeperige | Ineengedraaide | Negenhonderdvijfennegentigje