Is het de Zaten of het Zaten? Het juiste lidwoord is:
Bezaten | Verzaten | Nazaten | Aanzaten | Vastzaten | Dwarszaten | Uitzaten | Voorzaten | Stilzaten | Eenzaten | Zaten aan | Zaten dwars | Zaten stil | Zaten uit | Zaten vast | Zaten voor | Zaten bij | Achternazaten | Zaten achterna | Bijzaten | Dichtzaten | Zaten dicht | Gevangenzaten | Inzaten | Klaarzaten | Loszaten | Miszaten | Mooizaten | Neerzaten | Omhoogzaten | Opzaten | Zaten gevangen | Zaten in | Zaten klaar | Zaten los | Zaten mis | Zaten mooi | Zaten na | Zaten neer | Zaten omhoog
handwarm | maisteelt | overwogene | parelgort | streekraad | toonbrood | vervolgdag | vonder | kermisperiode | herroepingsrecht | hefvlak | meerstoel | raamkp | bedsponde | op[voeding | spreekdatum | speelvisie | routebeschriving | antislip | zandbodem | embargo | driehonderdvijfenzestig | Versloegen | Asociale | Vernield | Aanlijnden | Drogredentjes | Linkerboezempje | Reitjes | Zwaaibeweginkje | Goedwilligs | Rustigst | Onverdrotenst | Oprichtsters | Badruimtes | Arbeidsgeneesheren | Verfde op | Autosomen | Vakerige | Zondagochtendlijks