De of het herder?

Het juiste lidwoord is:

de herder

  • Meervoud: de herders
  • Verkleinwoord: het herdertje
Betekenis 1. (beroep, veeteelt) begeleider en bewaker, meestal van een kudde schapen of ander vee 2. hondenras gefokt voor het hoeden van schapen

Zo gebruik je herder

Met lidwoordde herder
Dit of dezedeze herder
Dat of diedie herder
Ons of onzeonze herder
Jouwjouw herder
Elk of elkeelke herder
Welk of welkewelke herder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote herder, de grote herder
Meervoudde herders, deze herders

Voorbeeldzinnen met herder

  • Dat was een herder.
  • Tom is een herder.
  • Djafar is een herder.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).