De of het lekkerkoek?

Het juiste lidwoord is:

de lekkerkoek

  • Meervoud: de lekkerkoeken
Betekenis (kookkunst) bepaald soort peperkoek, gemaakt van roggemeel, suiker en specerijen

Zo gebruik je lekkerkoek

Met lidwoordde lekkerkoek
Dit of dezedeze lekkerkoek
Dat of diedie lekkerkoek
Ons of onzeonze lekkerkoek
Jouwjouw lekkerkoek
Elk of elkeelke lekkerkoek
Welk of welkewelke lekkerkoek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote lekkerkoek, de grote lekkerkoek
Meervoudde lekkerkoeken, deze lekkerkoeken

Voorbeeldzinnen met lekkerkoek

  • Hij riep de dikke waardin bij zich, klapte haar schertsend op de kloeke heup, bestelde een fles witte wijn met lekkerkoek, juichend dat hij heden afscheid nam van 't jonkmansleven.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).