De of het dakherder?

Het juiste lidwoord is:

de dakherder

  • Meervoud: de dakherders
Betekenis (beroep) persoon die schapen houdt op een dak van een zeer groot gebouw

Zo gebruik je dakherder

Met lidwoordde dakherder
Dit of dezedeze dakherder
Dat of diedie dakherder
Ons of onzeonze dakherder
Jouwjouw dakherder
Elk of elkeelke dakherder
Welk of welkewelke dakherder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dakherder, de grote dakherder
Meervoudde dakherders, deze dakherders

Voorbeeldzinnen met dakherder

  • Want de dakherder weet veel over de biodiversiteit op de dakparkweiden.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).