De of het economie?

Het juiste lidwoord is:

de economie

  • Meervoud: de economieën
  • Verkleinwoord: het economietje
Betekenis 1. (wetenschap) de leer die zich bezighoudt met de voortbrenging en verdeling van schaarse goederen en diensten 2. (economie), de economische praktijk ofwel het geheel van productie, handelsverkeer en diensten binnen een bepaalde regio

Zo gebruik je economie

Met lidwoordde economie
Dit of dezedeze economie
Dat of diedie economie
Ons of onzeonze economie
Jouwjouw economie
Elk of elkeelke economie
Welk of welkewelke economie?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote economie, de grote economie
Meervoudde economieën, deze economieën

Voorbeeldzinnen met economie

  • Het helpt onze economie.
  • Handel helpt onze economie.
  • Wij stellen dat de economie beter zal worden.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).