De of het bouwterrein?

Het juiste lidwoord is:

het bouwterrein

  • Meervoud: de bouwterreinen
  • Verkleinwoord: het bouwterreintje
Betekenis afgegrensd stuk grond waarop gebouwd wordt of kan worden

Zo gebruik je bouwterrein

Met lidwoordhet bouwterrein
Dit of dezedit bouwterrein
Dat of diedat bouwterrein
Ons of onzeons bouwterrein
Jouwjouw bouwterrein
Elk of elkeelk bouwterrein
Welk of welkewelk bouwterrein?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bouwterrein, het grote bouwterrein
Meervoudde bouwterreinen, deze bouwterreinen

Voorbeeldzinnen met bouwterrein

  • Wegens de herontwikkeling van het stadscentrum lijkt het omgevingsgebied op een bouwterrein.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).