De of het dutje?

Het juiste lidwoord is:

het dutje

  • Meervoud: de dutjes
Regel Verkleinwoorden (-je, -tje, -pje): altijd het. Bekijk de regel
Betekenis (alleen verkleinwoord) korte periode van slaap

Zo gebruik je dutje

Met lidwoordhet dutje
Dit of dezedit dutje
Dat of diedat dutje
Ons of onzeons dutje
Jouwjouw dutje
Elk of elkeelk dutje
Welk of welkewelk dutje?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot dutje, het grote dutje
Meervoudde dutjes, deze dutjes

Voorbeeldzinnen met dutje

  • Tom deed een dutje.
  • Tom nam een dutje.
  • Ik heb een dutje nodig.

Woorden die eindigen op dutje

middagdutje

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Woorden die beginnen met dutje

dutjestaks

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).