Verkleinwoorden (-je, -tje, -pje): de of het?
altijd het
Een verkleinwoord maak je met -je, -tje, -pje, -etje of -kje. Verkleinwoorden krijgen altijd het, ook als het grondwoord een de-woord is: de tafel wordt het tafeltje. In het meervoud krijgen ze weer de: de tafeltjes.
In onze database krijgen 9.397 van de 9.427 woorden met deze uitgang (99,7%) het lidwoord het.
Voorbeelden
meisje | rugzakje | uitje | slaghoedje | broodje | bonnetje | drankje | snoepje | uitstapje | cd-boekje | sprookje | dashboardkastje | rondje | schouderklopje | vijfje
Woorden op -je die geen verkleinwoord zijn
posje | mechaje | kampanje | parsje | flottielje | aardkastanje | kornoelje | chanoekilje | waterkastanje | paardenkastanje | moesje | poelje