De of het burgerzaal?

Het juiste lidwoord is:

de burgerzaal

  • Meervoud: de burgerzalen
  • Verkleinwoord: het burgerzaaltje
Betekenis ontvangstruimte in een stadhuis

Zo gebruik je burgerzaal

Met lidwoordde burgerzaal
Dit of dezedeze burgerzaal
Dat of diedie burgerzaal
Ons of onzeonze burgerzaal
Jouwjouw burgerzaal
Elk of elkeelke burgerzaal
Welk of welkewelke burgerzaal?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote burgerzaal, de grote burgerzaal
Meervoudde burgerzalen, deze burgerzalen

Voorbeeldzinnen met burgerzaal

  • Hij sprak over de Burgerzaal in het voormalige stadhuis van Amsterdam, waar het banket werd gegeven, als 'de Grote Hal van het Volk'.
  • Ook te bewonderen is de Burgerzaal.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).