De of het maat?

Het juiste lidwoord is:

de maat

  • Meervoud: de maats / maten
  • Verkleinwoord: het maatje
Betekenis 1. kameraad, makker, metgezel, vriend 2. (kaartspel) partner

Zo gebruik je maat

Met lidwoordde maat
Dit of dezedeze maat
Dat of diedie maat
Ons of onzeonze maat
Jouwjouw maat
Elk of elkeelke maat
Welk of welkewelke maat?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote maat, de grote maat
Meervoudde maats, deze maats

Voorbeeldzinnen met maat

  • Ik ken mijn maat.
  • Welke maat zijn deze schoenen?
  • Het is niet mijn maat.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).