De of het vrijbiljet?

Het juiste lidwoord is:

het vrijbiljet

  • Meervoud: de vrijbiljetten
Betekenis 1. toegangsbewijs waarvoor men niet heeft hoeven te betalen 2. reisbewijs waarvoor men niet heeft hoeven te betalen

Zo gebruik je vrijbiljet

Met lidwoordhet vrijbiljet
Dit of dezedit vrijbiljet
Dat of diedat vrijbiljet
Ons of onzeons vrijbiljet
Jouwjouw vrijbiljet
Elk of elkeelk vrijbiljet
Welk of welkewelk vrijbiljet?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot vrijbiljet, het grote vrijbiljet
Meervoudde vrijbiljetten, deze vrijbiljetten

Voorbeeldzinnen met vrijbiljet

  • Dat ze een vrijbiljet voor een gedelegeerdenwagon hebben, is nog maar de helft van 't verhaal.
  • De NMBS heeft beslist om aan de getroffen abonnees twee Leisure Passes aan te bieden, dat zijn vrijbiljetten voor eerste of tweede klasse in functie van de treinkaart.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).