De of het bankiersgeslacht?

Het juiste lidwoord is:

het bankiersgeslacht

  • Meervoud: de bankiersgeslachten
Betekenis familie die een bank bezit

Zo gebruik je bankiersgeslacht

Met lidwoordhet bankiersgeslacht
Dit of dezedit bankiersgeslacht
Dat of diedat bankiersgeslacht
Ons of onzeons bankiersgeslacht
Jouwjouw bankiersgeslacht
Elk of elkeelk bankiersgeslacht
Welk of welkewelk bankiersgeslacht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bankiersgeslacht, het grote bankiersgeslacht
Meervoudde bankiersgeslachten, deze bankiersgeslachten

Voorbeeldzinnen met bankiersgeslacht

  • Moet de bank zich opsplitsen in regionale banken, zoals Reinder Jan Kuperus, telg uit een coöperatief Fries bankiersgeslacht, suggereert?

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).