De of het band?

Het juiste lidwoord is:

de band

  • Meervoud: de banden / bands
  • Verkleinwoord: het bandje
Betekenis 1. (techniek) ringvormige omhulling van iets anders, vooral dienend voor de uitwendige bescherming 2. breed koord, langwerpige strook

Zo gebruik je band

Met lidwoordde band
Dit of dezedeze band
Dat of diedie band
Ons of onzeonze band
Jouwjouw band
Elk of elkeelke band
Welk of welkewelke band?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote band, de grote band
Meervoudde banden, deze banden

Voorbeeldzinnen met band

  • De band is lek.
  • Spoel de band terug.
  • Tom heeft de band teruggespoeld.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).