De of het vier?

Het juiste lidwoord is:

de vier

  • Meervoud: de vieren
  • Verkleinwoord: het viertje
Betekenis 1. het cijfer 4 2. dat wat in een (rang)ordening met 4 is aangeduid

Zo gebruik je vier

Met lidwoordde vier
Dit of dezedeze vier
Dat of diedie vier
Ons of onzeonze vier
Jouwjouw vier
Elk of elkeelke vier
Welk of welkewelke vier?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote vier, de grote vier
Meervoudde vieren, deze vieren

Voorbeeldzinnen met vier

  • Lees deze vier pagina's.
  • Ik ben aan het vieren.
  • Tom was aan het vieren.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).