De of het vierde-eeuwer?

Het juiste lidwoord is:

de vierde-eeuwer

  • Meervoud: de vierde-eeuwers
  • Verkleinwoord: het vierde-eeuwertje
Betekenis iemand die in de vierde eeuw heeft geleefd

Zo gebruik je vierde-eeuwer

Met lidwoordde vierde-eeuwer
Dit of dezedeze vierde-eeuwer
Dat of diedie vierde-eeuwer
Ons of onzeonze vierde-eeuwer
Jouwjouw vierde-eeuwer
Elk of elkeelke vierde-eeuwer
Welk of welkewelke vierde-eeuwer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote vierde-eeuwer, de grote vierde-eeuwer
Meervoudde vierde-eeuwers, deze vierde-eeuwers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).