De of het verwarmingsmonteur?

Het juiste lidwoord is:

de verwarmingsmonteur

  • Meervoud: de verwarmingsmonteurs
Betekenis (beroep) persoon die een verwarming kan installeren en onderhouden

Zo gebruik je verwarmingsmonteur

Met lidwoordde verwarmingsmonteur
Dit of dezedeze verwarmingsmonteur
Dat of diedie verwarmingsmonteur
Ons of onzeonze verwarmingsmonteur
Jouwjouw verwarmingsmonteur
Elk of elkeelke verwarmingsmonteur
Welk of welkewelke verwarmingsmonteur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote verwarmingsmonteur, de grote verwarmingsmonteur
Meervoudde verwarmingsmonteurs, deze verwarmingsmonteurs

Voorbeeldzinnen met verwarmingsmonteur

  • Daarna een welverdiende kop koffie drinken en aan een van haar nieuwe klussen werken, voor verwarmingsmonteur W.
  • "Je hoeft nooit thuis te zijn voor de verwarmingsmonteur of de pakketbezorger, die kunnen met een aparte sleutel bij de techniek", zegt Jurgen Meijerink.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).