De of het bloesemgeur?

Het juiste lidwoord is:

de bloesemgeur

  • Meervoud: de bloesemgeuren
Betekenis (plantkunde) de door bloesem verspreide geur

Zo gebruik je bloesemgeur

Met lidwoordde bloesemgeur
Dit of dezedeze bloesemgeur
Dat of diedie bloesemgeur
Ons of onzeonze bloesemgeur
Jouwjouw bloesemgeur
Elk of elkeelke bloesemgeur
Welk of welkewelke bloesemgeur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bloesemgeur, de grote bloesemgeur
Meervoudde bloesemgeuren, deze bloesemgeuren

Voorbeeldzinnen met bloesemgeur

  • Allengs drong er nu een ijl geneurie tot hem door, een muziek zo monotoon dat ze haast onhoorbaar was, echter ook zo luid dat ze zijn binnenkomst had overstemd …
  • Zo werd het muisje geconditioneerd om angstig te worden van bloesemgeur.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).