De of het ris?

Het juiste lidwoord is:

de ris

  • Meervoud: de rissen
  • Verkleinwoord: het risje
Betekenis 1. bundel vlas 2. (plantkunde) takje met druiven of bessen die er gemakkelijk in één beweging afgehaald kunnen worden

Zo gebruik je ris

Met lidwoordde ris
Dit of dezedeze ris
Dat of diedie ris
Ons of onzeonze ris
Jouwjouw ris
Elk of elkeelke ris
Welk of welkewelke ris?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote ris, de grote ris
Meervoudde rissen, deze rissen

Voorbeeldzinnen met ris

  • Een ris takken.
  • Een aardigheid, die Antoninus naar de banketten van zijn oom Geta volgde, was te geven een ris van gerechten, wier namen alle met dezelfde letter aanvingen, zodat ditmaal voorgediend werden.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).