De of het vakantiepraatje?

Het juiste lidwoord is:

het vakantiepraatje

  • Meervoud: de vakantiepraatjes
Regel Verkleinwoorden (-je, -tje, -pje): altijd het. Bekijk de regel
Betekenis babbeltje dat vakantiegangers met elkaar maken

Zo gebruik je vakantiepraatje

Met lidwoordhet vakantiepraatje
Dit of dezedit vakantiepraatje
Dat of diedat vakantiepraatje
Ons of onzeons vakantiepraatje
Jouwjouw vakantiepraatje
Elk of elkeelk vakantiepraatje
Welk of welkewelk vakantiepraatje?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot vakantiepraatje, het grote vakantiepraatje
Meervoudde vakantiepraatjes, deze vakantiepraatjes

Voorbeeldzinnen met vakantiepraatje

  • In gesprek raken met Johann en Nannie Schmid is meer dan zomaar een vakantiepraatje.
  • Dit waren oppervlakkige vakantiepraatjes met een laag drempel- en dieptegehalte.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).