De of het afscheidswoord?

Het juiste lidwoord is:

het afscheidswoord

  • Meervoud: de afscheidswoorden
  • Verkleinwoord: het afscheidswoordje
Betekenis een rede die iemand houdt bij zijn of haar afscheid

Zo gebruik je afscheidswoord

Met lidwoordhet afscheidswoord
Dit of dezedit afscheidswoord
Dat of diedat afscheidswoord
Ons of onzeons afscheidswoord
Jouwjouw afscheidswoord
Elk of elkeelk afscheidswoord
Welk of welkewelk afscheidswoord?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot afscheidswoord, het grote afscheidswoord
Meervoudde afscheidswoorden, deze afscheidswoorden

Voorbeeldzinnen met afscheidswoord

  • In haar afscheidswoord zei Merkel dat ze zich "dankbaar en nederig" voelt.
  • Mayer zegt in zijn afscheidswoord dat hij had verwacht leiding te geven aan een wereldwijd bedrijf en dat dat mogelijk anders wordt door het veranderde politieke klimaat.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).