De of het succursaal?

Het juiste lidwoord is:

de succursaal

  • Meervoud: de succursalen
Betekenis 1. (bedrijfskunde) vestiging die een ondersteunende functie heeft voor een grotere vestiging waaraan zij ondergeschikt is 2. (religie) (rooms-katholiek) kerk die ondersteunende functie heeft voor de hoofdkerk van een parochie

Zo gebruik je succursaal

Met lidwoordde succursaal
Dit of dezedeze succursaal
Dat of diedie succursaal
Ons of onzeonze succursaal
Jouwjouw succursaal
Elk of elkeelke succursaal
Welk of welkewelke succursaal?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote succursaal, de grote succursaal
Meervoudde succursalen, deze succursalen

Voorbeeldzinnen met succursaal

  • "Over private banking bestaan veel misverstanden”, zegt Annick Haerens (58), directeur van het Belgische succursaal van de Luxemburgse private bank CBP Quilvest.
  • De fraaie paterskerk is daarmee tot een bijkerk, een succursaal, gedegradeerd.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).