De of het familie?

Het juiste lidwoord is:

de familie

  • Meervoud: de families
  • Verkleinwoord: het familietje
Betekenis 1. (familie) groep mensen met (bloed)verwantschap door een gemeenschappelijke oorsprong 2. (biologie) taxon, een groep dieren of planten, onderdeel van een orde en bestaande uit een of meer geslachten

Zo gebruik je familie

Met lidwoordde familie
Dit of dezedeze familie
Dat of diedie familie
Ons of onzeonze familie
Jouwjouw familie
Elk of elkeelke familie
Welk of welkewelke familie?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote familie, de grote familie
Meervoudde families, deze families

Voorbeeldzinnen met familie

  • Waar is zijn familie?
  • Is dit jouw familie?
  • Hier woont mijn familie.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).