De of het scheel?

Het juiste lidwoord is:

het scheel

  • Meervoud: de schelen
  • Verkleinwoord: het scheeltje
Betekenis 1. deksel 2. verschil

Zo gebruik je scheel

Met lidwoordhet scheel
Dit of dezedit scheel
Dat of diedat scheel
Ons of onzeons scheel
Jouwjouw scheel
Elk of elkeelk scheel
Welk of welkewelk scheel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot scheel, het grote scheel
Meervoudde schelen, deze schelen

Voorbeeldzinnen met scheel

  • Wie kan dat schelen?
  • Wat kan mij dat schelen?
  • Wie kan het schelen waar het ligt?

Woorden die eindigen op scheel

oogscheel

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Woorden die beginnen met scheel

scheelhaar | scheeloog | scheelhoek | scheelzien

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).