De of het oogscheel?

Het juiste lidwoord is:

het oogscheel

  • Meervoud: de oogschelen
  • Verkleinwoord: het oogscheeltje
Betekenis (anatomie, verouderd) een beschermend vlies van huid dat over de ogen bewogen kan worden

Zo gebruik je oogscheel

Met lidwoordhet oogscheel
Dit of dezedit oogscheel
Dat of diedat oogscheel
Ons of onzeons oogscheel
Jouwjouw oogscheel
Elk of elkeelk oogscheel
Welk of welkewelk oogscheel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot oogscheel, het grote oogscheel
Meervoudde oogschelen, deze oogschelen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).