De of het linkerpols?

Het juiste lidwoord is:

de linkerpols

  • Meervoud: de linkerpolsen
  • Verkleinwoord: het linkerpolsje
Betekenis (anatomie) het gewricht tussen de hand en de onderarm aan de linkerkant van het lichaam

Zo gebruik je linkerpols

Met lidwoordde linkerpols
Dit of dezedeze linkerpols
Dat of diedie linkerpols
Ons of onzeonze linkerpols
Jouwjouw linkerpols
Elk of elkeelke linkerpols
Welk of welkewelke linkerpols?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote linkerpols, de grote linkerpols
Meervoudde linkerpolsen, deze linkerpolsen

Voorbeeldzinnen met linkerpols

  • Haar linkerpols bloedde: daar waar haar schakelbandhorloge door het lipje van de fietsbel los was gehaald.
  • Hij liep daarbij een gecompliceerde breuk in zijn linkerpols op en moest de strijd staken. "Ik heb daar nog wel regelmatig last van. Niet op de fiets, maar in het dagelijks leven soms."

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).