De of het aangiftetijd?

Het juiste lidwoord is:

de aangiftetijd

  • Meervoud: de aangiftetijden
Betekenis de tijdsperiode waarin men een belastingaangifte kan en moet doen

Zo gebruik je aangiftetijd

Met lidwoordde aangiftetijd
Dit of dezedeze aangiftetijd
Dat of diedie aangiftetijd
Ons of onzeonze aangiftetijd
Jouwjouw aangiftetijd
Elk of elkeelke aangiftetijd
Welk of welkewelke aangiftetijd?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote aangiftetijd, de grote aangiftetijd
Meervoudde aangiftetijden, deze aangiftetijden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).