De of het kruis?

Het juiste lidwoord is:

het kruis

  • Meervoud: de kruisen / kruizen
  • Verkleinwoord: het kruisje
Betekenis 1. (wiskunde) geometrisch figuur waarin twee rechte lijnen elkaar snijden 2. constructie van twee onder een hoek aan elkaar vastgemaakte onderdelen

Zo gebruik je kruis

Met lidwoordhet kruis
Dit of dezedit kruis
Dat of diedat kruis
Ons of onzeons kruis
Jouwjouw kruis
Elk of elkeelk kruis
Welk of welkewelk kruis?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot kruis, het grote kruis
Meervoudde kruisen, deze kruisen

Voorbeeldzinnen met kruis

  • Zijn kruis is zwaar.
  • De twee wegen kruisen daar.
  • Het schip zal vannacht de evenaar kruisen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).