De of het kruisdak?

Het juiste lidwoord is:

het kruisdak

  • Meervoud: de kruisdaken
  • Verkleinwoord: het kruisdakje
Betekenis (bouwkunde) dakconstructie waarbij twee snijdende daken elkaar kruisen.

Zo gebruik je kruisdak

Met lidwoordhet kruisdak
Dit of dezedit kruisdak
Dat of diedat kruisdak
Ons of onzeons kruisdak
Jouwjouw kruisdak
Elk of elkeelk kruisdak
Welk of welkewelk kruisdak?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot kruisdak, het grote kruisdak
Meervoudde kruisdaken, deze kruisdaken

Voorbeeldzinnen met kruisdak

  • De toren rees steil uit het midden van het 'kruisdak' met blinkende wijzerplaten, overal zichtbaar, naar elke hemelstreek éen en met zijn grijze klokjes en de doorzichtige 'appel' …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).