De of het klokhuisboom?

Het juiste lidwoord is:

de klokhuisboom

  • Meervoud: de klokhuisbomen
  • Verkleinwoord: het klokhuisboompje
Betekenis spontaan opgeschoten appelboom uit een klokhuis

Zo gebruik je klokhuisboom

Met lidwoordde klokhuisboom
Dit of dezedeze klokhuisboom
Dat of diedie klokhuisboom
Ons of onzeonze klokhuisboom
Jouwjouw klokhuisboom
Elk of elkeelke klokhuisboom
Welk of welkewelke klokhuisboom?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote klokhuisboom, de grote klokhuisboom
Meervoudde klokhuisbomen, deze klokhuisbomen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).