De of het beschroomdheid?

Het juiste lidwoord is:

de beschroomdheid

Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis het op een wat angstige manier verlegen zijn

Zo gebruik je beschroomdheid

Met lidwoordde beschroomdheid
Dit of dezedeze beschroomdheid
Dat of diedie beschroomdheid
Ons of onzeonze beschroomdheid
Jouwjouw beschroomdheid
Elk of elkeelke beschroomdheid
Welk of welkewelke beschroomdheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote beschroomdheid, de grote beschroomdheid

Voorbeeldzinnen met beschroomdheid

  • Hij heeft ook die laatste tijd vaak over jou gesproken, zei ze, terwijl haar blik van Pierre naar haar gezelschapsdame gleed met een beschroomdheid die Pierre even trof.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).