De of het kerstboomgeur?

Het juiste lidwoord is:

de kerstboomgeur

  • Meervoud: de kerstboomgeuren
  • Verkleinwoord: het kerstboomgeurtje
Betekenis (kerst) de geur van een kerstboom

Zo gebruik je kerstboomgeur

Met lidwoordde kerstboomgeur
Dit of dezedeze kerstboomgeur
Dat of diedie kerstboomgeur
Ons of onzeonze kerstboomgeur
Jouwjouw kerstboomgeur
Elk of elkeelke kerstboomgeur
Welk of welkewelke kerstboomgeur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kerstboomgeur, de grote kerstboomgeur
Meervoudde kerstboomgeuren, deze kerstboomgeuren

Voorbeeldzinnen met kerstboomgeur

  • De kerstboomgeur is die van de fijnspar.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).